Wie vertel ik het? En wie niet? Een paar weken na mijn diagnose was dit een vraag waar ik dagelijks mee worstelde. Niet omdat ik het per se wilde, maar omdat ik het gevoel had dat ik niet vrijuit kon vertellen dat ik nu beter weet wie ik ben, hoe ik in elkaar zit.

De diagnose zelf was een bevrijding, een enorme opluchting. Tien kilo lichter fietste ik naar huis. Ik vertelde het natuurlijk aan mijn lief. Ook lichtte ik mijn directe familie in. En daarna aan wie het zo uitkwam. Alle reacties waren allerliefst en begripvol.

Een week of wat later dronk ik koffie bij de buren. Ze wisten vanzelfsprekend dat ik thuis zat met een burnout en ik vertelde ook aan hen wat ik nu wist. Hun reactie was hartverwarmend, ik voelde me geaccepteerd en gekend. Maar eenmaal thuis begon ik te twijfelen. Niet over het feit dat ik het de buren had verteld, maar over het vertellen van mijn diagnose in het algemeen. Want wat konden mensen daarbij denken? En wat deed het bijvoorbeeld met mijn positie op de arbeidsmarkt?

Mede dankzij de film Rain Man uit 1988 bestaat er een redelijk eenzijdig beeld van wat autisme is en kan zijn. Door dit stigma en verstarde beeldvorming kan het nadelig zijn als bekend wordt dat iemand een diagnose heeft. Stigma’s zijn helaas hardnekkig en niet zomaar bij te schaven.

Maanden lang heb ik geworsteld met dit gegeven. En heb ik bijna niemand over mijn nieuwe inzichten verteld. Wel aan goede vrienden, maar niet aan verdere familie en kennissen. Wel schreef ik steeds verder aan mijn eigen verhaal en begon ik na te denken hoe ik mezelf wilde mengen in het discussies rondom ASS, of ik dat überhaupt wilde.

Om stigma’s te doorbreken zijn rolmodellen nodig. En daarvoor moeten mensen het lef hebben tegen stigma’s in te gaan. Boven mijn bureau hangt de bekende spreuk van Loesje: LEVEN IS HET MEERVOUD VAN LEF. En ik wil leven!

Dus: ik heb de diagnose Autisme Spectrum Stoornis, kortweg ASS. Daarmee ben ik niet anders dan voorheen, maar weet ik waarom ik ‘gewoon anders’ ben. Dat ik anders ben dan gemiddeld weet ik al mijn hele leven, zo lang ik me kan herinneren. Dat zie je niet aan mij, dat heb ik zo goed mogelijk verborgen. Om mee te kunnen, om erbij te horen, om te kunnen leven, overleven. Aangezien dat me totaal heeft uitgeput kon ik niet meer verder met dat leven. Dus moet het anders, moet ik anders. Geen buitenaardse taferelen, maar wel ‘anders gewoon’!

Eén reactie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

No reference man

‘Stuur de reference man met pensioen’. De oproep van Elanor Boekholt-O’Sullivan op 8 maart 2025, Internationale Vrouwendag, aan het Europees

Ongeziene dagen

Ik ben thuis, net de kinderen naar school gebracht, ik zit, scroll op mijn telefoon. Doelloos, zinloos, somber. Het werk

Probeer het opnieuw

Ver voor het smartphone tijdperk hadden we thuis een soort kinderlaptop met daarop spelletjes om onder andere te leren rekenen.