Toen ik bezig was voor de derde keer naar het buitenland op stage te kunnen gaan vroeg een vriendin aan mij hoe ik dat toch deed, hoe ik het steeds weer voor elkaar kreeg te regelen dat ik mijn dromen waarmaakte. Zonder lang na te denken antwoordde ik: ‘dromen zijn als ballonnen, als je je dromen waar wil maken moet je eerst de droom als een ballon kapot prikken’.
Zoals elk nadeel z’n voordeel heeft, zo heeft ook elke droom een andere kant van de medaille. De eerste keer dat ik het er tegen mijn vriendin zo uitflapte is nu meer dan 15 jaar geleden, maar ik heb er in al die jaren nog vaak aan terug gedacht, juist op momenten dat ik tegen de mindere kanten van mijn dromen aanliep. De laatste tijd realiseer ik me steeds vaker dat sommige ballonnen ook gewoon knappen, door de waan van de dag, de harde realiteit, ingehaald door de tijd, of gewoon omdat ze onhaalbaar en niet passend blijken.
“Een ballon een ballon een ballonnetje, Een ballonnetje dat danst in de wind, Aan een draadje naar de zon” Zong Toon Hermans
Na weer een fijn etentje stuurde een vriendin: ‘En wilde je nog zeggen. Je doet het goed. Je bent op de juiste weg. Echt waar. Altijd bezig met groeien, reflectie en hoe je ondertussen een hele mooie groep mensen om je heen hebt verzameld die je zoveel geven. Ik vind dat echt zo bewonderingswaardig.’ Want ballonnetjes krijg je ook, soms direct, soms komen ze langzaam aanvliegen, lijken ze onzichtbaar. Maar ze komen, echt, altijd, steeds opnieuw.
“Er zijn van die sombere dichters, Die wenden hun hart naar de nacht, Maar zijn er dan geen sterren meer die lichten, Is er dan geen maan meer die lacht”
Want hoe heerlijk is het om een ballonnetje te hebben, of twee, of meer. Een figuurlijk ballonnetje dan, een warm geheimpje, een heimelijk verlangen naar iets, om iets voor elkaar te krijgen, om het vervolgens als proefballonnetje op te laten. Grote kans dat het knapt, soms nog beter het kapot te prikken om te kijken wat het werkelijk waard is.
Juist nu ik zoekende ben, het gevoel heb dat ik sommige dingen op moet geven, dat niet alles meer kan, koester ik mijn ballonnetjes, houd ik ze warm bij me, verlang ik heimelijk naar hun toekomst. En soms prik ik er een kapot, om te kijken of het wat is, het is wat het lijkt, de balans naar de goede kant uitslaat.


