‘Of het niet zwaar was om tijdens mijn burnout twee kleine kinderen in huis te hebben?‘ Talloze keren is die vraag me gesteld en steeds kwam ik weer op hetzelfde antwoord: het was zeker zwaar, maar ook een zegen. Ik moest tenslotte in mijn dagritme blijven, opstaan, ontbijten, wegbrengen, lunchen, ophalen, koken, naar bed brengen en vanzelfsprekend lief zijn, aanwezig, aandachtig. Niet de hele dag, maar wel de momenten dat ze er waren.
Al generaties lang weten we dat rust, reinheid en regelmaat goed zijn voor een mens, voor de geest. En juist toen ik veel wilde slapen waren de kinderen er om te zorgen dat ik een regelmatig ritme in een strakke structuur behield. Ik bouwde mijn leven om hun leven heen, dus rustte en sliep als ze naar school waren en nadat ik ze in bed had gestopt. Opstaan doe ik als ze me wakker maken, dus een wekker heb ik al in geen tijden nodig gehad.
Omdat ik in mijn leven nog nooit zoveel thuis was geweest besloot ik dat ik van die plek een fijne plek wilde maken, een plek waar ik ook graag veel tijd wilde doorbrengen. Voorzichtig pakte ik de eerste klusjes op, veranderde de indeling van de tuin, ontsteende de tuin voor meer groen en schors, ontdekte dat ik klussen leuk vind, dat er een klusser in mij schuil gaat. Ik ontdekte ook een nieuw soort creativiteit, mijn huis leerde mij mezelf beter kennen.
In de tijd voordat ik uitviel schreeuwde ik in mijn paniek nog wel eens dat ik weg wilde uit ons ‘oude rothuis’, tot verdriet van mijn man en eigenlijk ook van mezelf. Door de vele ritjes om mijn marktplaats vondsten in de buurt op te halen besefte ik steeds meer dat wij op een hele fijne plek wonen, een plek die we zelf hebben uitgezocht, omdat we dachten dat die bij ons zou passen. Een plek ook die ik naar mijn zin aan het maken ben, die steeds meer van mij is. Juist imperfect, net als ik, en ook met zelfgekluste creativiteit!



Eén reactie