Een bevoorrecht mens voel ik mij, ondanks kleine tegenslagen heb ik veel mee in het leven. Opgegroeid in een hecht gezin, ouders nog bij elkaar, allemaal relatief gezond, de mogelijkheid gehad om door te leren, mijn grote liefde gevonden, heel veel kansen gekregen en de gave om daar (vaak) iets mee te doen.
Volgens de maatstaf van de ‘7 vinkjes’ uit het bekende boek van Joris Luyendijk kom ik op het prachtige totaal van 6 vinkjes. Ik ben ‘alleen’ een vrouw, iets wat in mijn nadeel zou werken als het gaat om machtsposities in onze maatschappij. Lange tijd vond ik het lastig om mezelf in verband te brengen met het feminisme, totdat mijn lief me er fijntjes op wees dat ik zonder de feministen van het eerst uur nu geen baan (meer) had gehad en zelfs handelingsonbekwaam was geweest.
Omdat de waardering van vrouwen in het bedrijfsleven volgens de statistieken beter kan sloot ik met aan bij het vrouwennetwerk van het bedrijf waar ik werkte. Nog steeds vind ik dat een hele belangrijke zaak, de cijfers liegen er niet om, er is nog veel werk aan de winkel. En toch voelde ik me er niet senang bij, zelf merkte ik namelijk niets van een eventuele achterstelling door mijn vrouw-zijn. Dus toen ik na een paar jaar mijn taken in het netwerk niet meer kon combineren met mijn baan en steeds drukkere privé-leven stopte ik ermee.
Na publicatie van het boek ‘Op het spectrum’ van Koen Bruning werd bij Debatpodium Arminius een avond georganiseerd met als titel ‘Het achtste vinkje?’. Er is al veel discussie geweest of er naast de 7 categorieën die door Joris Luyendijk genoemd worden nog meer oorzaak is van kansenongelijkheid. Natuurlijk zijn die er, legio zelfs, de schrijver is de eerste die dat grif toegeeft. Het boek is bedoelt om een discussie aan te wakkeren en dat is wel gelukt. Minderheden zijn vaak minder bevoorrecht en toch is ook de groep met ‘7 vinkjes’ op zichzelf een minderheid, al is het merendeel van de macht onder hen verdeeld.
Tijdens een lunch vertel ik een collega dat ik eindelijk de ‘7 vinkjes’ heb gelezen na het boek van Koen Bruning, omdat ik toch wilde weten op welke inhoud zijn relaas losjes is gebaseerd. Ze zei dat ze het jammer vond dat het onderwerp kansenongelijkheid nu zo aan één persoon gekoppeld is, terwijl in de geschiedenis al heel veel mensen voor dit onderwerp hebben gestreden. Denk alleen al aan de burgerrechtenbeweging, vrouwenbeweging en recent de MeToo-beweging.
Ik vraag haar hoe ze kijkt naar kansenongelijkheid van bepaalde minderheidsgroepen en of een neuro-typisch brein ook maakt dat je bevoorrecht bent. ‘Iedereen is bevoorrecht’ is haar stellige en oprechte antwoord. Ieder mens heeft speciale talenten en unieke eigenschappen die hem of haar bevoorrecht maken ten opzichte van anderen.
Haar relaas schiet door me heen als ik een paar weken later bij de voorstelling ‘Wat Als’ zit van Claudia de Breij. Ze staat weer op de planken na een lange pauze, ze kon niet meer, teveel prikkels, leeggezogen, allemaal enigszins herkenbaar. Ze vraagt zich kwetsbaar af waarom ze nog haar verhaal zou verkondingen vanaf de bühne, wat dat preken toch voor zin heeft. ‘Ik hoor er niet bij, net als jij’ zingt ze, om te vervolgen: iedereen is ergens in de minderheid, homo’s en kunstenaars laten ons zien hoe het anders kan. En toch is er een meerderheidsgroep, gaat het naar de zin van de dictators in deze wereld.
Gelijke rechten, kansen en gelijkwaardigheid: als we zover zijn is iedereen bevoorrecht.


