Ik ben thuis, net de kinderen naar school gebracht, ik zit, scroll op mijn telefoon. Doelloos, zinloos, somber. Het werk gaat door, de wereld draait door, ik werk niet, ik draai niet mee, niet vandaag.

Regelmatig heb ik het nodig om een dag ongezien te zijn. Meestal één dag, dan heb ik daar genoeg aan, soms meerdere dagen, dan vaak onderbroken door dagen dat ik gezien moet zijn. Dat zijn dagen dat er van alles moet, dat werk roept, de kinderen allerlei afspraken hebben. Dan zorg ik voor een klein harnas, een masker zo je wilt.

Om deze gemoedstoestand het hoofd te kunnen bieden werk ik parttime, zoals ik het vaak verwoord: om gezondheidsredenen. Het gebeurt regelmatig dat ik al bij het opstaan een vol hoofd heb, overprikkeld ben, daardoor somber, en dan moet de dag nog beginnen. Soms zie ik het aankomen, weet ik dat de optelsom van activiteiten de dagen ervoor teveel is geweest, dat ik niet genoeg rust heb kunnen nemen om alle indrukken te verwerken.

Even vaak ook zie ik het niet aankomen, speelt een weersomslag een rol, hormonen, onverwachte spanning, of juist een paar zonnige zomerdagen. Want ook een (te) grote hoeveelheid licht en warmte zorgt voor overbelastiging, zoals de zomer in zijn geheel zorgt voor overbelasting. Deze langere periode compenseer ik door te winteren, een aaneengeregen hoeveelheid ongeziene of weinig geziene dagen.

Mijn verhouding tot deze dagen is complex: ik haat ze en kan niet zonder ze, weet dat het altijd weer voorbij gaat, maar in het moment lijkt het oneindig lang te duren, zonder einde, dat die er nooit komt. Mijn reactie op overload is somberheid, wat het niet makkelijker maakt lichtvoetig met de situatie en de dag om te gaan.

Vandaag is manlief thuis en ben ik niet ongezien. Ik somber rond, doelloos, zoals vaker. ‘Je hebt het wel heel erg moeilijk he’ vraag het meelevend, misschien ook wel met een kleine zorg. ‘Ach laat me maar’ zeg ik, ‘het gaat weer voorbij’. Ik ben nu niet ongezien, kan niet onopgemerkt uitsomberen, uitrusten, rommelen, hangen. Het kán allemaal wel, maar niet ongezien.

Dat is niet erg, hij weet het, kent het, verdraagt het. Maar ik vind het fijn als het ongezien is, zodat ik goed naar mezelf kan kijken, direct, niet via de blik van de ander. Toch ben ik blij dat hij er is, we zeggen niet veel, we zijn alleen, samen. Uiteindelijk zorgt de verbondenheid ervoor dat ik ook op ongeziene dagen gezien ben.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deel dit bericht:

Gerelateerde berichten

Probeer het opnieuw

Ver voor het smartphone tijdperk hadden we thuis een soort kinderlaptop met daarop spelletjes om onder andere te leren rekenen.

Game over

Als ik even tot mezelf wil of misschien wel moet komen ga ik graag even neuzen in een boekhandel. Even

Ontmaskerd

Van mijn vader kreeg ik eens een setje van 2 porseleinen maskers toen hij terug kwam van een congresreis. Hij