Op dit moment is er een enorm gebrek aan werknemers, bedrijven komen om in de vacatures en er zijn serieuze leveringsproblemen door een tekort aan goed geschoolde arbeidskrachten. Vanaf het allereerste begin dat ik uitviel ben ik geen moment bang geweest niet meer aan het werk te komen. Werk genoeg en zoals mijn leidinggevende destijds zei: ‘je bent je talenten niet verloren‘.
Toen het na anderhalf jaar eindelijk wat beter met me ging en ik vooral mijn beperkingen beter accepteerde, richtte ik me voorzichtig weer op een baan. Daarbij werd ik fantastisch begeleid door mensen die verstand hebben van hoe ik in elkaar zit, beter dan dat ik zelf heb in ieder geval.
Ik zit bij mijn coach en we beginnen bij het begin. Voor mij voelt het ook echt als opnieuw beginnen, met een schone lei. Nadat we mijn competenties in kaart hebben gebracht en daar valkuilen aan hebben gekoppeld komt het echte werk: het zoeken naar een passende functie, in een passend bedrijf, in een passende sector. Niet zo makkelijk, want ik ben tenslotte iemand met een ‘afstand tot de arbeidsmarkt’. Voor het eerst zakt de moed me een beetje in de schoenen, moet ik de motivatie uit mijn tenen halen. Nooit eerder heb ik mezelf gezien als iemand met een ‘afstand tot de arbeidsmarkt’. Alsof ik een één of andere idioot ben die de hele dag in de gaten moet worden gehouden. Alsof alles wat ik voor mijn burnout en diagnose had gedaan opeens niets meer waard is, ik volledig gelabeld en geoormerkt door het het leven ga.
Zoals wel vaker luister ik op een ochtend een uurtje naar de radio, even mijn verstand op nul en vooral even uit mijn eigen gedachten. Er komt een reclame voorbij van het UWV. Normaal zou het me niet zijn opgevallen, maar nu is dit een organisatie waar ik al ruim 2 jaar onverhoopt mee te maken heb. Ik ben super blij dat we in een land leven waar er goed voor je wordt gezorgd als het even tegenzit, maar in deze fase van mijn proces komt de reclame niet goed binnen: ‘kom vooral bij ons werken, je bent dan super goed bezig en zorgt ervoor dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt weer een plekje vinden’.
Even nuanceren: natuurlijk begrijp ik dat het UWV mensen wil helpen met het vinden van een passende werkplek. En ook ik moet op zoek naar een plek die past bij mijn persoonlijkheidsstructuur. Maar ik vraag me af of het misschien mogelijk is de woordkeus wat positiever te maken, niet te focussen op de beperkingen maar op iemand’s mogelijkheden. Juist nu die mensen zo hard nodig zijn!
Woorden doen ertoe: creeer geen afstand, maar laat werk ook in de woordkeus naar mensen toe komen!


