Al een paar maanden was ik bezig met het weer opstarten van mijn werkende leven. Niet meer zoals het was, maar in een nieuwe vorm, met een andere balans en nieuw elan. Veel verwachtte ik niet van de eerste sollicitaties, maar bij het eerste gesprek waar ik voor was uitgenodigd was daar opeens mijn oude vorm, een oude energie en dus ook oud elan.
Na het gesprek reed ik uitgeput naar huis, plofte op de bank na me eerst omgekleed te hebben in een makkelijk pak. Wat was er gebeurd? Wat had ik gezegd? Hoe had ik me gedragen? Terugkijkend is het een van mijn meest autistische ervaringen, lachend omschreef ik het aan een groep lotgenoten: ik had niet veel connectie gevoeld, dus had mijn best gedaan (onbewust) om meer begrepen te worden, zodat ik ook beter zou begrijpen. Ik had keihard gewerkt, heel veel gepraat, nog meer gezegd en teveel energie overgebracht. Gelukkig ben ik het niet geworden, ik zou mezelf weer helemaal kapot gewerkt hebben…
Een paar weken later ging ik naar een banenbeurs, op aanraden van mijn coach. Ik verwachtte er weinig van, maar vond dat ik moest gaan: niet geschoten is tenslotte altijd mis. Tussen alle bedrijven die er waren zag ik één interessante werkgever. Om toch minstens één gesprek gevoerd te hebben liep ik er op af. Het was een super fijn gesprek en niet veel later werd ik uitgenodigd voor een kennismaking, waarna een tweede uitnodiging over arbeidsvoorwaarden volgde. Ik voelde paniek, op basis van wat moest ik kiezen? Hoe wist ik of dit de juiste plek voor mij zou zijn?
Ik vroeg het mijn coach, zei dat ik niet wist op basis van wat ik de keus moest maken, dat ik op zoek was naar zingeving. Altijd had ik gekozen op basis van een plan, een carrièrepad. En nu had ik er geen. Moest ik een nieuwe maken of kiezen op basis van mijn onderbuikgevoel? Mijn coach vroeg of ik dacht dat ik een nieuw carrièrepad kon maken. ‘Nee, dat denk ik niet’ antwoordde ik vertwijfeld. ‘Ik denk het ook niet’ was haar reactie. Nog steeds vertwijfeld reed ik naar huis.
Elke stap in mijn loopbaan had ik gekozen met een doel, eigenlijk had ik tot mijn pensioen wel een idee hoe het zou moeten verlopen. En zo was het dus niet gegaan. Maar hoe moest het dan wel? Ik besprak het met een vriendin die ik nog half in paniek had opgebeld. We dronken koffie bij haar in de buurt en ik vertelde haar mijn dilemma. ‘Moet ik werk dan gewoon zien als spelen?’ Vroeg ik haar. ‘Is kantoor dan een speeltuin?’ ‘Fijn dat je het eindelijk doorhebt’ zei ze iets wat triomfantelijk. ‘Als het goed voelt is het goed. Ga lekker spelen daar en geniet van wat je ziet, dan komt het goed’.


