Tijdens de eerste periode dat ik totaal opgebrand ziek thuis zat sprak ik wekelijks met mijn (ex-)leidinggevende. Toen ik na ongeveer een half jaar de diagnose ASS kreeg, heb ik dat ook vrij snel verteld. Door de fijne manier waarop ik behandeld werd na mijn ziekmelding en ook nog nadat ik ziek-uit-dienst was gegaan, voelde ik de vrijheid en de verantwoordelijkheid eerlijk te zijn over de aanleiding.
Natuurlijk kwam mijn nieuwtje als een verrassing, maar de reactie was warm en hartelijk. Hij zei onder andere: je komt er wel weer, je bent je talenten namelijk niet verloren. De zin bleef hangen, en nog regelmatig moet ik er aan denken. Het lijkt natuurlijk evident, maar ik heb na mijn burn-out ervaren dat ik in ieder geval het vertrouwen in mijn eigen kunnen terug heb moeten vinden. Daarbij hoorde ook de twijfel of ik dingen wel echt kon, of ik niet fakete, nep deed.
De laatste tijd heeft neurodivergent talent mijn diepe interesse. Ik ben ervan overtuigd dat juist een anders functionerend brein dingen kan die iemand zonder zo’n brein niet kan en andersom. In de literatuur over neurodiversiteit staat dit bekend als ‘spiky profiles’. Wat hiermee bedoeld wordt is dat de bandbreedte tussen goede en minder goede eigenschappen bij neurodivergente mensen groter is dan bij neurotypische mensen.
Stel je zou een grafiek maken van iemands sterke en zwakke punten, dan is bij een neurotypisch persoon de lijn redelijk kabbelend. Dat lijkt saai, maar is wel stabiel en het is het profiel waar onze hele maatschappij op is ingericht. Het is veelal positief als je alle eigenschappen die gewaardeerd worden, zoals concentratie, organiseren, plannen, analytisch vermogen, details zien, het brede plaatje zien (beide dus), draagvlak creeeren, conformeren (ook beide dus) en ga zo maar door, allemaal een beetje helpt, zeg maar gemiddeld kunt.
Bij iemand met een neurodivergent brein, bijvoorbeeld een ASS brein, een ADHD brein, iemand met dyslectie, discalculi, noem maar op, zijn sommige eigenschappen heel sterk en andere juist heel zwak, de punten in een grafiek liggen dus verder uit elkaar. Helaas blijkt dat veel mensen met een neurodivergent brein om die reden tegen dingen aanlopen, op het werk, in het huishouden, op school, in de supermarkt, eigenlijk overal. Juist omdat bepaalde eigenschappen (en dit is verschillend per persoon) zwakker zijn en iemand hierdoor harder moet werken of zijn best doen, of helemaal buiten de boot valt, komen juist hele sterke eigenschappen niet uit de verf. Of omdat iemand zoveel energie moet steken in overleven, dat er geen energie meer over is, of omdat het niet gezien wordt, omdat de focus ligt op het ‘falen’ op andere vlakken.
Die focus, die vaak op het falen of de zwakkere eigenschappen ligt, heeft volgens mij te maken met wat we als normaal beschouwen in onze samenleven. De bandbreedte van ons ‘normaal’ vind ik op dit moment heel smal. We bereiken pas inclusie als we die bandbreedte verbreden, accepteren dat als iemand iets heel goed kan iets anders misschien ondermaats is. En waarom dan niet het werk herverdelen?
Maak gebruik van talenten in plaats van eenheidsworst te creëren: we hebben iedereen nodig, van gemiddeld tot extreem.


